Maandelijks archief: september 2013

natuur

Standaard

Ik mag mezelf graag een natuurmens noemen, want ik heb een tuin en ik kan zeker tien verschillende vogelsoorten opnoemen. Dus dat we tijdens onze vakantie een paar grote natuurreservaten aan zouden doen was helemaal in mijn straatje. Nu heb ik door een bijzondere genetische speling van het lot twee totaal verschillend geprogrammeerde kinderen op de wereld gezet. De één bouwt hutten, maakt kampvuren en slaapt zelfs bij bar weer graag in een tent. De ander vindt natuur vies en dat wat in de natuur leeft vervelend en/of eng. Om aan beider voorkeuren te voldoen stonden er ook wat steden zonder al teveel hinderlijk groen op het programma.

De Grand Canyon ging nog wel. Weliswaar valt het onder de noemer natuur, maar het had ook fotobehang van goede kwaliteit kunnen zijn. Zo perfect uitgelicht, zulke esthetisch gekozen kleuren en zo knap qua compositie, dat kon gewoonweg geen echte natuur zijn. De keurig geasfalteerde wegen, de shuttlebus die netjes op tijd reed en de bewegwijzering die de bezoeker wees op interessante punten deden eerder denken aan de Efteling dan aan een natuurwonder (NB: de meeste hoogtepunten in ons leven worden gerelateerd aan de Efteling. Iets dat qua look & feel aandoet als Efteling is bijzonder positief). Zelfs de elanden en herten, wiens bestaan al op verkeersborden werd aangekondigd, verschenen stipt rond zonsondergang en deden hun natuurdingetje door langs de weg te gaan staan en keurig te poseren voor passerende bezoekers.

In Yosemite was de natuur aanmerkelijk rauwer en de infrastructuur minder gecultiveerd. Bergen, beken en hoogvlaktes wisselden elkaar af. Herten waren zoals ze horen te zijn: schichtig en watervlug. Eekhoorns bleven uit de buurt van wandelaars en delen van het reservaat waren onbegaanbaar vanwege verschuivende rotsen, onvoorspelbare modderstromen en dat soort Echte Natuur Dingen. Als zelfverklaard natuurmens voelde ik me in Yosemite meteen op mijn plek: natuur is echt mijn ding en ik respecteer de grootsheid en grilligheid van een omgeving die al bestaat sinds mensenheugenis. Maar ik ben ook een realist. Dus toen mijn stadskind wees op de borden die waarschuwden voor beren hoorde ik mijzelf als kenner iets zeggen als: Natuurlijk staan er waarschuwingsborden dat er beren zitten. Dat is voor de toeristen; die vinden dat bij wilde natuur beren horen. Dus zetten ze die borden neer. Dat draagt bij aan hun ervaring. Mijn stadskind was er niet gerust op.

’s Avonds, toen wij veilig net buiten het reservaat op het terras voor ons appartementje een zak chips verorberden hoorden we plotseling achter ons een geluid uit de struiken komen. Het was onmiskenbaar iets groots dat ons naderde. Aan de instincten van mijn stadskind mankeert niets, dus voor ik besefte dat ik iets gehoord had, was stadskind weggerend, de zak chips voor de potentiële beer achterlatend. In de hoop dat deze chips met barbequesmaak zou verkiezen boven Stadskind. Uit de struiken kwam vervolgens een gezette Mexicaan tevoorschijn die op ronde was om alle vuilnisbakken binnen te halen. Een maatregel om te voorkomen dat er beren op het complex kwamen, vertelde hij. Nog een onderdeel van de berenmythe.

De volgende dag togen wij gevieren weer naar het reservaat. Op een lieflijk plekje aan een stromend riviertje tussen de hoge rotsachtige bergen maakten we kamp. Een klein strandje om op te zonnen, stenen om een dammetje mee te bouwen en water zo helder dat we de vissen konden zien zwemmen. Geen mens te zien, alleen het heerlijke geluid van water, zoemende insecten en kwetterende vogels. Terwijl ik met natuurkind goede rotsen verzamelde om een mooie stroomversnelling te maken, waadde stadskind een stukje verderop dromerig door het water, op zoek naar een plekje waar de stroom rustiger was en het water diep genoeg om te zwemmen. Tevreden aanschouwde ik het tafereel: eindelijk was stadskind ontspannen.

Maar toen ik nog eens goed keek zag ik een stukje verderop iets bewegen. Achter stadskind zwom onmiskenbaar iets groots naar de overkant. Iets bruins met een vacht bewoog soepel door het water. Enigszins gespannen riep ik mijn stadskind bij me; kijk maar even niet achterom zei ik, terwijl in de verte een bruine beer de kant op klom, zich uitschudde en daardoor opeens drie keer zo dik werd.

Er is geen spectaculair einde of wijze moraal aan dit verhaal. Maar als ik toch een poging doe zou het er ongeveer als volgt uitzien:

  • geloof de bordjes
  • natuurmensen weten niet alles
  • of misschien wel: juist zelfverklaarde natuurmensen zijn naief als het om échte natuur gaat.